Er bestaan meerdere fijnheden van gaas, omdat er altijd een verschillende hoeveelheid. inkt door het gaas mag komen. Het ligt er natuurlijk aan wat er bedrukt moet worden. Het gaasnummer is het aantal draden per strekkende centimeter, het meshgetal is het aantal draden per strekkende inch. Over het algemeen wordt polyester gaas met het gaasnummer aangeduid, terwijl staalgaas met het meshgetal wordt benoemd. Achter het gaasnummer of het meshgetal staat nog een getal. In beide gevallen is dat de metrische aanduiding van de nominale draaddikte: de dikte van de draad voordat deze wordt geweven, uitgedrukt in Om (=1/1000 mm). De draaddikte vormt, samen met de grootte van de gaasopening een indicatie voor het te verwachten vloeigedrag van de inkt. De inkt gaat tenslotte door de mazen heen en de draden zitten daarbij in de weg. Hoe groter de gaas is t.o.v. de draad, hoe gemakkelijker de inkt er doorheen zal vloeien. Een moeilijk vloeiende inkt zal dus een gunstiger verhouding draad/maas moeten hebben dan een dunne soepel vloeiende inkt. 3. Kleur van het gaas
Tijdens het belichten zullen de stralen gedeeltelijk weerkaatsen op het oppervlak van de draad en gedeeltelijk in de draad dringen en daar in verstrooide vorm weer uittreden. Dat geeft harding van de emulsie op plaatsen waar dat ongewenst is. Fijne details van het drukbeeld zullen daardoor weg belichten. Een remedie daartegen is de toepassing van geel (of oranje) gekleurd gaas. Deze kleuren absorberen de UV belichtingsstralen en voorkomen daardoor de onder straling bij de belichting. Wanneer uitsluitend minder fijne details worden gedrukt (waarbij dan ook grovere gaassoorten worden ingezet), kan met wit gaas worden volstaan. In alle andere gevallen is gekleurd gaas een must. Om de prijs behoeft u het niet te laten, de gele gazen zijn nauwelijks duurder dan de witte. Wit gaas geeft een wat beter doorzicht bij het drukken en is mechanisch wat sterker dan gekleurd gaas.
4. Gaas weefseldikte & doorlaat
Dit is de dikte van het geweven gaas. De weefseldikte is minder dan 2 x de nominale draaddikte, omdat bij het weefproces de draad wordt gebogen en op de draadkruisingen daardoor dunner wordt. De weefseldikte vormt een belangrijke parameter voor de inktopdracht. Doorlaat is het percentage van het gaasoppervlak dat in beslag wordt genomen door de mazen. Hoe hoger de doorlaat, hoe gemakkelijker de inkt erdoor vloeit.